Grondwerk
#4 — Over de laatste restjes parmaham en Patrick, het vriendje van Spongebob Squarepants.
Het is gebeurd: de parmaham is op. Ik gebruikte de laatste restjes Prosciutto di Parma in een verse tagliatelle alla carbonara. Met vers bedoel ik ook echt vers. Ik maakte de pasta zelf met ei en bloem, kneedde het deeg tot dikke bollen, duwde ze plat en rolde vervolgens de vellen pasta door de pastamachine. Laat me je één ding zeggen: doe het niet. Mijn keuken was een zooitje en ik vind nog steeds harde resten van bloem en ei, ondanks dat ik geregeld met de stofzuiger door de keuken en living ga.
Geregeld kan je letterlijk nemen, ik lig namelijk graag op de grond - en liefst op een propere ondergrond. Ja, ik heb een zetel, ook meerdere stoelen, krukjes en een bed, en tóch verkies ik vaak de vloer. In plaats van te blijven gaan en van de ene activiteit in de andere te springen, leg ik me soms even neer - zonder tapijt of yogamat onder mijn lijf. Thuiskomen van de boksles? Vloer. Gedaan met de afwas? Vloer. Even willen liggen? Vloer. Recupereren van de trappen tot de derde verdieping? Vloer. Op de oude houten planken van mijn appartement liggen, geeft me een soort reset - die pauze, die rust, die time-out heb ik nodig.
Op een avond had ik nog tien minuten over voordat ik moest vertrekken. Ik had die tijd kunnen gebruiken om muziek te luisteren, door Instagram te scrollen, mijn mails na te kijken of een boek te lezen. Ik deed alle lichten uit en besloot om in het midden van mijn pikdonkere living te gaan liggen - als een zeester met mijn armen en benen wijd gespreid. Ademen en gewoon zijn.
Tijdens mijn vorige therapiesessie vertelde ik over mijn bijzondere hobby. Mijn therapeute vond het niet zo gek en stelde voor om de volgende sessie te starten met grondwerk. Klinkt ook zoveel logischer dan holderdebolder binnen te komen en onmiddellijk te beginnen ratelen over je gevoelens, gedachten en de rollercoaster des levens. Jezelf de tijd geven om toe te komen, te gronden en te aarden, kan wonderen verrichten. Zo bleek ook toen we besloten de sessie al liggend te eindigen.
We zetten een timer en liggen de laatste drie minuten van de sessie op de parketvloer van haar praktijk. Wanneer de timer afgaat, kijkt ze verwonderd naar mijn gezicht. “Dag en nacht verschil”, zegt ze. “En dat op drie minuten - ik had een voor en na foto moeten maken.” Ik kijk in de spiegel en merk geen verschil op. Ik ben dan ook niet zo lief voor mijn spiegelbeeld. Daarom sluit ik bijvoorbeeld ook mijn ogen wanneer ik in de kappersstoel zit. De confrontatie met de spiegel kan ik geen uur aan. Wat daarbij niet helpt: nat haar dat vormeloos over je gezicht hangt, ongelimiteerd zicht op alle imperfecties, het ontbreken van flatterend licht en het ontdekken van nieuwe rimpels. Een rechtstreekse enkele reis naar body dysmorphia, als je het mij vraagt.
Terug naar grondwerk. Ik dacht een lange tijd dat ik een rare snuiter was, liggend op de vloer en elk lichaamsdeel de grond rakend. Totdat een vriendin toevallig een artikel deelde van The New York Times: “Are You a Floor Person? Why Lying on the Ground Feels So Good”. Instant herkenning, want niet alleen zij doet het, maar ook een gemeenschappelijke vriendin en haar lief. Het artikel legt verder uit: “Als je op een hardere ondergrond ligt, kan je je lichaam beter voelen en ben je minder gefocust op je gedachten.” Ik kan bevestigen dat het kalmeert - mijn rug voelt elke keer ontspannen, mijn schouders zacht en mijn kaken los. Over die gedachten: ik kan niet ontkennen dat ik soms bezig ben met wat de buren zullen denken als ze me vanuit hun raam als Patrick, vriendje van Spongebob Squarepants op de grond zien liggen.



Letterlijk *grounding* dus. Heerlijk :)